Er zijn gitaristen die een podium nodig hebben om indruk te maken. En er zijn gitaristen die van iedere vierkante meter podium hun eigen territorium maken.
Rob Tognoni is zo’n gitarist.

Wanneer de Australiër, bijgenaamd The Tasmanian Devil, zijn gitaar omhangt, weet je eigenlijk al hoe laat het is. Dit wordt geen avondje rustig achteroverleunen. De versterker gaat open, de snaren krijgen ervan langs en De Muziekzolder in Maasdijk maakt zich op voor een flinke dosis bluesrock.

En wat misschien nog het mooiste is: hier staat geen internationale gitaarheld op onbereikbare afstand. Hij staat praktisch tussen het publiek.
Van Tasmanië naar Maasdijk
Rob Tognoni heeft inmiddels een carrière achter zich waar menig gitarist alleen maar van kan dromen. De Australiër groeide uit tot een internationaal gerespecteerde bluesrockgitarist en deelde podia met grote namen uit de rock- en blueswereld.

Maar zodra hij in Maasdijk op het podium staat, lijkt dat allemaal even niet belangrijk.
Geen sterallures.
Geen afstand.
Tognoni komt hier om één reden: muziek maken.
En dat doet hij met een intensiteit die onmiddellijk overslaat op de aanwezige.
Gitaargeweld met een blueshart
Zijn stijl laat zich moeilijk in één hokje stoppen. Blues is de basis, maar daar worden stevige rockriffs, seventies-invloeden en een flinke scheut Australische rock aan toegevoegd.

Je hoort flarden van de muziek waarmee hij groot werd. De bluesgevoeligheid van Hendrix en B.B. King, de rauwe energie van AC/DC en de vrijheid van een gitarist die zijn instrument volledig beheerst.
Maar Tognoni kopieert niemand.
Hij heeft zijn eigen geluid.
Zijn gitaar huilt, krijst, gromt en bijt wanneer het nodig is. En wanneer hij het volume en de intensiteit opvoert, lijkt de kleine ruimte van De Muziekzolder bijna te klein te worden.
Dit is geen achtergrondmuziek. Dit is muziek die je bij de keel grijpt.
De Tasmanian Devil

Zijn bijnaam blijkt deze avond allesbehalve overdreven.
Tognoni is voortdurend in beweging. Hij zoekt contact met het publiek, trekt zijn gitaar naar zich toe en laat zijn instrument spreken. Zijn spel heeft iets fysieks. Je kijkt niet alleen naar een gitarist; je kijkt naar iemand die volledig opgaat in wat hij aan het doen is.
En juist dat maakt het zo aantrekkelijk om hem van dichtbij te zien.
In een grote concertzaal zou je misschien afstand hebben.
Hier niet.
Hier zie je de vingers over de snaren bewegen. Zie je de gezichtsuitdrukking wanneer een solo wordt ingezet. Zie je hoe de energie van de gitarist langzaam de hele ruimte overneemt.








Plaats een reactie